Het succes van autotransplantatie

Prognose op de langere termijn van geautotransplanteerde gebitselementen 1    

 

Achtergrond

Als een element vroegtijdig verloren gaat, door trauma, cariës of bij agenesie, wordt als behandeloptie niet vaak gedacht aan autotransplantatie van een gebitselement. Behandelaars die niet bekend zijn met de procedure, zien autotransplantatie vaak als een onvoorspelbaar alternatief. Autotransplantatie kent echter vele voordelen: het kan uitgevoerd worden op jonge leeftijd, vorming van een functioneel parodontaal ligament zorgt ervoor dat een element kan erupteren - wat botingroei van een plaatselijke defect kan bevorderen -, een getransplanteerd element kan orthodontisch verplaatst worden en de gingivale contour is vaak beter dan de contour die bereikt kan worden met prothetische alternatieven.

Er zijn ook bepaalde moeilijkheden: tijdens extractie van het donorelement vindt een totaalruptuur plaats van de neurovasculaire bundel en parodontale vezels. Het succes van autotransplantie hangt af van weefselhersel na chirurgie; pulpaal herstel hangt sterk af van de dimensies van het foramen apicale en herstel van het parodontale ligament hangt af van het aantal overlevende cellen op het worteloppervlak. Extractie met minimale mechanische schade aan het parodontale ligament is daarom aangewezen.

Een beschadigd parodontaal ligament en/of een beschadigd worteloppervlak kunnen ten prooi vallen aan resportieprocessen van het cement en dentine. Afhankelijk van pulpale status en diepte van de resorptie volgt na oppervlakkige resorptie mogelijk ontstekingsresorptie, waarbij ook de pulpa wordt betrokken. Ankylose is een andere vorm van wortelresorptie waarbij cellen, die geprogrammeerd zijn om bot te vormen, delen van de wortel aanvallen. Ankylose komt vaak voor na ernstige beschadiging van het worteloppervlak tijdens extractie.

Doel

Deze systematische review evalueert de prognose van geautotransplanteerde gebitselementen op de langere termijn (6 jaar of langer). Uitkomstmaten zijn: lange termijn-overleving, mobiliteit en conditie van de pulpa en radix.

Methode

De systematische review werd uitgevoerd volgens de Preferred Reporting Items for Systemic Reviews and Meta-Analysis (PRISMA) checklist. Eén van de inclusiecriteria was een follow up van 6 jaar of langer. Geëxcludeerd werden case reports en case series, alsmede studies naar autotransplantatie in mensen met systemische afwijkingen, syndromen of schisis, dierstudies, autotransplantatie van elementen met een historie van cysten, tumoren of trauma, aanwezigheid van oro-antrale fistels, gebruik van membranen, gesteriliseerde en/of cryo-geconserveerde elementen in kweekmedium, replantatie van elementen met radixfracturen of na endodontische behandeling en autotransplantatie in combinatie met sinusbodemelevatie.

Resultaat

Van de 1551 studies, die de elektronische zoektocht opleverde, werden 1490 geëxcludeerd. Van de overige 61 studies voldeden er 6 aan alle (dus ook kwalitatieve) inclusiecriteria. Daarvan waren er 2 prospectief en 4 retrospectief, waarin er geen informatie werd gegeven over de reden van uitval gedurende follow up (bijvoorbeeld door verlies van het getransplanteerde element), wat de uitkomst kan beïnvloeden. De studies transplanteerden elementen met verschillende fases van wortelafvorming: compleet (1 studie), incompleet (3 studies) en zowel compleet alsook incompleet (2 studies). Twee studies voerden na transplantatie van elementen met een afgevormde apex vroege endodontische behandeling uit (binnen 3 weken na transplantatie).

Meta-analyse liet zien dat het overlevingspercentage van geautotransplanteerde elementen zeer goed is, met een effectgrootte van gemiddeld 81%. Er werd echter wel een publicatiebias waargenomen, wat betekent dat studies met een lager overlevingspercentage waarschijnlijk niet gepubliceerd worden. Na correctie voor heterogeniciteit van de studies werd er voor ankylose een effectgrootte van 4.8% gevonden en voor wortelresorptie 4% (oppervlakkige resorptie, ontstekingsresorptie en externe wortelresorptie samengenomen). Meta-analyse van pulpale conditie of abnormale mobiliteit was niet mogelijk, vanwege een te grote heterogeniciteit of een te gering aantal studies.

Conclusie

Geautotransplanteerde elementen hebben een zeer goede lange termijn overleving (81%) na een follow up periode van 6 jaar of langer. Alhoewel de effectgrootte van ankylose en wortelresorptie klein was, beïnvloeden deze factoren wel de prognose. Afwezigheid van gecontroleerde klinische trials en een waarschijnlijke (publicatie)bias limiteert de ‘power’ van deze studie.

Referentie

1.     Machado LA, do Nascimento RR, Ferreira DMTP, Mattos CT, Vilella OV. Long-term prognosis of tooth autotransplantation: a systematic review and meta-analysis. Int J Oral Maxillofac Surg. 2016;45(5):610-617. doi:10.1016/j.ijom.2015.11.010.

Dit Abstract werd verzorgd door dr. Menke de Smit, parodontoloog (NVvP), Emmen. 

Vragen of opmerkingen kunt u mailen via secretariaat@nvvp.org.

 

 

Secretariaat: Postbus 34  1633 ZG Avenhorn  T 0229 540 148  F 0229 543 467  E info@nvvp.org

Secretariaat: Postbus 34  1633 ZG Avenhorn 
T 0229 540 148  F 0229 543 467 
E info@nvvp.org

© NVvP | Realisatie: Makari.nl