Fundamenteel online

Gum Irrigator bij parodontitis

Supra- en subgingivale gebitsreiniging vormt een belangrijk onderdeel van de parodontale behandeling. Zeker bij ernstige parodontitis vraagt deze behandeling veel tijd en inzet van zowel behandelaar alsook van patiënt. Het succes van de behandeling is ook sterk afhankelijk van de vaardigheid van de behandelaar in het gebruik van handinstrumentarium en ultrasone scalers.
Gedurende de afgelopen 10 jaar zijn diverse studies gedaan naar het effect van verschillende irrigatiesystemen voor subgingivale reiniging. Volgens een in 2005 verschenen Position Paper van de American Academy of Periodontology, getiteld ‘The role of supra- and subgingival irrigation in the treatment of periodontal diseases’ (Journal of Periodontology 76, 2015-2027), hebben alle bekende irrigatiesystemen echter nauwelijks effect op de parodontale gezondheid.

Een nieuw ontwikkeld systeem, genaamd Gum Irritator, werkt volgens het principe van een snelle afwisseling van licht vacuüm plus applicatie van spoelvloeistof met behulp van een cupje, geplaatst op de papil. Met dit cupje worden de approximale pockets bedekt (afbeelding 1). De tip van de Gum Irrigator bestaat uit een binnenslangetje - voor de aanvoer van spoelvloeistof - en een daaromheen liggend buitenbuisje voor het realiseren van het vacuüm (afbeelding 2). De afwisseling van vacuüm en vloeistofapplicatie resulteert in een werveling in de pocketvloeistof, waardoor een grotere penetratie in de pocket bereikt zou kunnen worden dan bij bestaande systemen het geval is (afbeelding 3); dit in tegenstelling tot het appliceren van een vloeistof met behulp van een naald of canule. Dan spoelt de spoelvloeistof de pocket namelijk slechts grotendeels langs de naald uit (afbeelding 4).

Methode

Om het effect van het nieuwe irrigatiesysteen ten opzichte van de conventionele parodontale behandeling te kunnen testen, werd - uit patiënten verwezen naar de Parodontologie Praktijk Groningen - een groep geselecteerd die voldeed aan een aantal inclusiecriteria. Zo dienden minstens 10% van de pockets een diepte van >5 mm te bevatten, deze pockets dienden gelijk over de 4 kwadranten verdeeld te zijn. De patiënten moesten gezond zijn en mochten in de 3 maanden voorafgaand aan het onderzoek geen antibiotica gebruikt hebben.
Dat leidde uiteindelijk tot een onderzoeksgroep bestaande uit 25 deelnemers: 16 niet-rokers, 4 matige rokers en 6 zware rokers die meer dan 10 sigaretten per dag roken. Pocketdiepte, zichtbare recessie, bloeding na sonderen en de plaquescore werden vastgelegd op baseline en na 3 maanden. Rond ieder element werden 6 plaatsen gemeten. Het onderzoek werd blind uitgevoerd in een ‘split-mouth design’, waarbij 2 contralaterale kwadranten gerandomiseerd werden toegewezen als test- of controlekwadrant. Voor de randomizatie werd gebruikgemaakt van een computerprogramma.
In de controlekwadranten werd het gebit gedurende 3 zittingen subgingivaal gereinigd met ultrasoon, eventueel aangevuld met curettes. In deze 3 weken werden de pockets in de testkwadranten 2 maal per week gedurende 10 seconden per locatie geïrrigeerd. Hier werd subgingivaal niet gereinigd met instrumenten. Om te voorkomen dat de onderzoeker (Mady Ann Lie) wist welk kwadrant geïrrigeerd of conventioneel behandeld was, werd 1 maand voor evaluatie het gehele gebit nog eens supragingivaal gereinigd en gepolijst.
 

Resultaten

Bij beide methoden was 3 maanden na behandeling klinisch een duidelijke verbetering zichtbaar (zie afbeelding 5). Bloeding na sonderen was gereduceerd van 0.69 naar 0.35, een verschil van 0.34 na irrigatie. Na conventionele behandeling werd een reductie van 0.72 naar 0.30 geconstateerd. In de testgroep bedroeg de pocketreductie 0.80 mm bij pockets van oorspronkelijk 4-5 mm; na conventionele behandeling was er sprake van 1.04 mm pocketreductie. Bij diepere pockets >5 mm was de gemiddelde reductie groter: 1.27 mm na irrigatie en 1.71 mm na conventionele behandeling (zie tabel). Pocketreductie bij de niet-rokers was groter dan bij de rokers.
 

Tabel

Gemiddelde pocketdiepte voor en na behandeling bij pockets oorspronkelijk 4-5 mm en pockets ≥6 mm.

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat met de Gum Irrigator een grote verbetering van de parodontale conditie kan worden bereikt met betrekking tot pocketdieptereductie en vermindering van bloeding na sonderen. Dat de klinische resultaten van de conventionele behandeling iets beter zijn, kan mogelijk worden verklaard uit het feit dat in deze kwadranten het subgingivaal tandsteen niet is verwijderd. Verder onderzoek is nodig om vast te stellen of de resultaten van irrigatie en conventionele parodontale therapie meer overeenkomen wanneer subgingivaal tandsteen reeds is verwijderd. Is bijvoorbeeld de Gum Irrigator een goed alternatief in nazorgbehandelingen vanwege de eenvoud van deze niet-invasieve behandeling? Bijkomend voordeel zou zijn dat er geen tandweefsel wordt verwijderd, waarmee de kans op dentineovergevoeligheid door de behandeling wordt geminimaliseerd.
 
Johan van Dijk & Mady Ann Lie,
Parodontologie Praktijk Groningen
 
Afbeelding 1: Tip aangebracht op papil bedekt beide approximale pockets
Afbeelding 2: Cupje met binneslangetje voor de aanvoer van spoelvloeistof en buitenbuisje voor het vacuüm
Afbeelding 3: Vloeistofapplicatie met Fum Irrigator: door de werveling van Gum Irrigator wordt 'pocketvloeistof' overal verwijderd
Afbeelding 4: Vloeistofapplicatie met canule: de spoelvloeistof gaat langs canule weer naar buiten
Afbeelding 5: Klinisch resulaat voor (boven) en na behandeling (onder). Het bovenkwadrant is behandel met ultrasone apparatuur, het onderste kwadrant is geïrrigeerd

  


Privacy Polis     Secretariaat: Postbus 34  1633 ZG Avenhorn  T 0229 540 148  E info@nvvp.org

Secretariaat: Postbus 34  1633 ZG Avenhorn 
T 0229 540 148  F 0229 543 467 
E info@nvvp.org

© NVvP | Realisatie: Makari.nl